Door: Wim Timmermans – Een interview met Rita Boer Rookhuiszen, lijsttrekker van D66 West Betuwe

Geldermalsen – Rita Boer Rookhuiszen is lijsttrekker van D66. Ze woont al bijna 40 jaar in Tricht, heeft er vier kinderen groot gebracht en is blij dat vier van haar zes kleinkinderen in West Betuwe wonen. “Ik hoop dat West Betuwe voor iedereen een thuis kan zijn”, zegt de lijsttrekker van D66. Die zin, bijna terloops uitgesproken, is de rode draad door het gesprek: “Wonen, gemeenschapszin, klimaat, inclusiviteit, komen telkens terug bij dat ene begrip: thuis.”

Het kan wél

Voor haar is het simpel: “zonder dak boven je hoofd geen toekomst. Het is het allerbelangrijkst. En het gaat ook over bestaanszekerheid. Je moet dat dak boven je hoofd wel kunnen houden.

Als jongeren niet in hun dorp kunnen blijven wonen, verliest dat dorp zijn toekomst. Ze moeten voorrang krijgen bij woningen die beschikbaar komen in hun eigen dorp. Er is altijd verteld dat het niet kan voor de wet, maar het kan wel. Er zijn genoeg gemeenten die het doen. We moeten aan de slag. Er is dertig jaar niet geïnvesteerd in de kleine kernen. Dorpen krimpen, voorzieningen verdwijnen. Binnenkort gaat de laatste winkel in Tricht, de kaasboer, de deur definitief sluiten.”

Ik wil geen massale woonwijken, maar straatjes erbij. Daarmee kan je de natuurlijke groei van een dorp opvangen.” Ze durft ook groter te denken. Met een knipoog: “Wat ons betreft kan er ook een heel nieuw dorp bij. Tussen Tricht en Buurmalsen heeft de gemeente een flink stuk grond. Daar heb je alles in handen voor een nieuw dorp.”

Bouwen aan gemeenschappen

Maar ze denkt verder: “West Betuwe heeft veel kernen. Je voelt je niet snel een West Betuwenaar, eerder een Deilenaar of een Trichtenaar. Hun dorp is de plek waar mensen zich thuis voelen. Daarom hebben wij het kernenbeleid heel erg gericht op het verenigingsleven en de dorpshuizen. Kortom, het gaat om meer dan stenen, we moeten bouwen aan gemeenschappen.

Het wordt steeds belangrijker dat je elkaar helpt. Dat als jij ziek bent, de buurvrouw even boodschappen voor je haalt. Het lijken kleine dingen; de zorg in het dorp, die informele zorg. Maar ze dragen er aan bij dat de formele zorg niet vastloopt. Ander voorbeeld: in verschillende dorpen werken mensen samen aan een sociaal noodpakket. Dat hoeft echt niet meteen over oorlog te gaan. Het gaat over grote en kleine calamiteiten: als er bijvoorbeeld langdurig geen stroom of water is, zijn er in zo’n dorp straatcoördinatoren en aanspreekpunten.”

Proberen, vallen en opstaan

Een thuis is voor haar meer dan een huis en een dorpsgevoel. Het moet ook toekomstbestendig zijn. Er is meer aandacht nodig voor klimaatadaptatie: “Er komt veel op ons af. De energietransitie, wateroverlast, hittestress. We kunnen onze kop in het zand steken, maar dat helpt niks.

In Enspijk loopt een bijzonder project om te kijken of er warmte uit de Linge kan worden gebruikt als bron voor een lokaal warmtenet. Het is een van de eerste initiatieven op dat gebied in Nederland. Experimenten als deze, waarin bewoners mede het voortouw hebben zijn belangrijk. Het is proberen, vallen en opstaan, maar je leert er ontzettend veel van. En alleen zo kom je verder.

Ook in de openbare ruimte neemt de gemeente maatregelen. We doen al veel, maar we laten het niet goed zien.” Ze noemt de zogenaamde wadi’s, speciale zones in het groen die bij extreme regenval korte tijd onder water komen te staan. Zo worden sloten en riolen ontlast: “Vraag eens aan iemand wat een wadi is. Niemand weet het. We moeten beter gaan communiceren wat we doen.

We moeten ook naar de bedrijventerreinen kijken. Daar ligt vaak veel asfalt en weinig groen. Daar kan de buitentemperatuur enorm oplopen in de zomer. Vanuit de ondernemers wordt ons gevraagd op om die terreinen te vergroenen. Dat scheelt zo een paar graden.”

Volgens haar wordt er veel gedaan en is er nog meer nodig: “Als er ergens een boom weg moet, zet er dan twee terug. Er zijn subsidies voor regentonnen en het afkoppelen van regenpijpen, maar die komen nog te veel bij dezelfde mensen terecht. De gemeente moet echt meer mensen gaan bereiken.”

 Democratie en inclusie

Democratie is tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend. Het baart Boer Rookhuiszen zorgen: “Op ons initiatief worden jongeren betrokken via de scholen. En is er een kindervragenuur waarin kinderen uit groep 8 van de basisscholen vragen kunnen stellen aan het college. Raadsleden geven les op scholen.

Maar er is meer nodig. Mensen moeten zich thuis kunnen voelen in onze gemeente. Je moet hier je leven kunnen leiden zonder dat je wordt afgeserveerd op hoe je er uitziet, waar je vandaan komt of wie je bent.” Bezorgd maar strijdvaardig vervolgt ze: “Kijk hoe er op het regenboogpad gereageerd is. Dan is hier nog een wereld te winnen. En de stemming over het ophangen van Artikel 1 van de Grondwet in de hal van het gemeentehuis leverde een krappe meerderheid van stemmen in de raad. Zulke symbolen zijn gewoon belangrijk.” Ze besluit het gesprek: “Een thuis voor iedereen. Dat is geen slogan maar een opdracht!”


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *