Een interview met Joke van Vrouwerff, lijsttrekker van Verenigd West Betuwe

Gellicum – Joke van Vrouwerff groeide op in wat zij zonder aarzelen “de fruitgemeente van Nederland” noemt. Ze speelt saxofoon en was jarenlang intensief betrokken bij het lokale culturele en sociaal-maatschappelijke verenigingsleven. De stap naar de politiek kwam niet uit ambitie, maar uit betrokkenheid: “Ik kon zo nog meer voor de samenleving doen.”

Het leidde tot een bewogen politieke loopbaan. Met veel voorkeurstemmen kwam ze in de raad voor Verenigd West Betuwe. Daarna volgde een omweg via een eigen lijst en een overstap naar de VVD, om uiteindelijk – op aandringen van Gijsbert van de Water – terug te keren bij haar oude politieke thuis. Voor Verenigd West Betuwe werd zij wethouder Platteland en Duurzaamheid. Nu is zij lijsttrekker, met één duidelijke missie: “Het platteland toekomst geven. En daarbij moeten we niet te veel luisteren naar mensen uit de stad.”

Maatwerk op het platteland

Van Vrouwerff stoort zich aan wat zij noemt de eenzijdige beeldvorming rond gewasbescherming. Volgens haar sluiten landelijke discussies niet altijd aan bij de dagelijkse praktijk van fruittelers: “Het goede verhaal moet verteld worden. Het gaat om dosering; bovendien kunnen we tegenwoordig heel precies spuiten. Als het werkelijk zo schadelijk was, dan zouden alle fruittelers hier ziek moeten zijn. En dat is niet zo.”  

Voor haar is landbouw geen nostalgisch plaatje, maar de economische ruggengraat van de regio. Ze wijst op logistiek, verwerkende bedrijven, kennisontwikkeling en innovatie: “Alles hier is met elkaar verbonden. Als de boeren verdwijnen, dan verdwijnt het economisch perspectief van deze streek.” De gronden die bij uitstek geschikt zijn voor fruitteelt moeten volgens haar beschermd worden: “Fruitteelt kan niet overal. Woningbouw wel.”

Over afstanden tussen boomgaarden en woningen is zij kort: maatwerk moet mogelijk blijven: “In Nederland wordt vaak een afstand van 50 meter aangehouden tussen boomgaarden en woningen. Maar je moet per situatie kijken wat veilig en verantwoord is. Soms kan een kleinere afstand ook.” Volgens haar moet het Haagse beleid beter aansluiten bij de praktijk van het buitengebied en niet andersom.

Woningbouw: meer én anders bouwen

Woningbouw is volgens haar noodzakelijk. “De afgelopen dertig jaar is er te weinig gebouwd voor onze eigen inwoners. In ons verkiezingsprogramma gaan we voor minimaal 500 woningen per jaar, met voorrang voor onze jongeren en starters.” Het moet voor haar veel sneller allemaal. Procedures moeten korter en simpeler. Een concreet voorbeeld? Van Vrouwerff: “Schaf de Welstand af.”

Volgens haar moet er anders worden gebouwd dan vroeger: “Je moet rekening houden met netcongestie, waterberging en hitte. In nieuwbouwwijken heb je slimme energiesystemen nodig, bijvoorbeeld met zonnepanelen en batterijopslag. Groen moet gecombineerd worden met waterberging.

Je kunt niet meer op de traditionele manier ontwikkelen. Dat vraagt ook iets van de gemeente. “Bij woningbouwplannen zitten vaak veel ambtenaren aan tafel. Maar je moet niet overal bij willen zitten. Stel duidelijke kaders – klimaatadaptief, energieneutraal en circulair – en controleer daarop. Stuur op hoofdlijnen. Misschien is dat bij de bouw even duurder. Maar het betaalt zich terug, het is uiteindelijk goedkoper.”

Betaalbaar bestuur

Ook de gemeentefinanciën verdienen aandacht, vindt zij. “We zitten met de OZB boven het landelijk gemiddelde. Dat is te hoog. We moeten naar het landelijk gemiddelde en inwoners geen onnodig hoge lasten opleggen.” De begroting moet volgens haar structureel op orde zijn. “Je moet reserveren voor de toekomst.”

Ze pleit tegelijk voor investeringen: “Veiligheid is voor ons heel belangrijk. West Betuwe is qua inwoneraantal de vijfde gemeente van Gelderland. Als je kijkt naar onze oppervlakte, met een enorm landelijk gebied, dan zijn we de zevende! Bij zo’n gemeente past een volwaardig politiebureau. Sterker nog, zo’n gemeente moet dat hebben!” 

Samen bouwen aan de fruitdelta

Over de toekomst is Van Vrouwerff uitgesproken: “Wij moeten op de trom slaan dat we fruitgemeente zijn. Die fruitdelta is uniek in de wereld. Die positie moeten we behouden én uitbouwen.”  Dat kan volgens haar alleen samen: met provincie, buurgemeenten, innovatieve organisaties – maar vooral met inwoners en ondernemers.  “Minder wantrouwen. Minder regels. Meer ruimte om te ondernemen. Als we dat voor elkaar krijgen, dan heeft deze streek over twintig jaar nog steeds een toekomst.”


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *